| Historische ontwikkeling
Van oorsprong is Woudsend een agrarische nederzetting behorende bij het dorpsgebied van Ypecolsga. De ontwikkeling als zelfstandig dorp is na het jaar 1000. Het oudst bekende jaartal waarin Woudsend voor het eerst genoemd wordt is 1337. In dat jaar is er een klooster van de paters van de Carmelieten gesticht.
De ontwikkeling als handels- en scheepvaartnederzetting heeft Woudsend voornamelijk te danken aan de gunstige ligging aan belangrijke vaarverbindingen. De Woudsender Ee is vanouds de vaarroute vanaf de Zuiderzee (IJsselmeer) naar Sneek en IJlst en voor de indijking van de Middelzee ook naar Leeuwarden.
Door de vermenging van boerenbedrijf, handel en scheepvaart onderscheidt Woudsend zich voor wat betreft aanleg en bouw van de omliggende agrarische dorpen.
In Woudsend hebben twee sluizen gelegen waarvan één in eigendom was van de familie Harinxma. In 1523 is bij het klooster een blokhuis gebouwd ter bescherming van de scheepvaartroute Sneek, IJlst en Lemmer.
Ruimtelijke struktuur
De zandopduiking waar het dorp Woudsend op gelegen is, is vermoedelijk reeds vroeg bewoond door enkele boeren en vissers.
De ontwikkeling van Woudsend als dorp heeft waarschijnlijk plaats gevonden na de vorming van de grote meren en de vaarwegen, waardoor de verkeersligging ten opzichte van het water veel gunstiger werd.
In de eerste fase van de ontwikkeling bestond het dorp uit de kerk en het klooster, een pad in noordelijke richting met enige bebouwing (de Midstrjitte) en enige bebouwing op de plaats van de korenmolen De verdere groei heeft plaats gevonden door een verdere verdichting van de bebouwing langs de Midstrjitte en langs de Kamp, het pad dat liep van de molen naar de Midstrjitte.
Bloei
De grootste bloei beleefde Woudsend in de 18e en 19e eeuw. De Sontvaart begon in 1710. Omstreeks 1750 hadden 25 à 30 zeeschepen Woudsend als thuishaven.
In 1749 telde Woudsend 734 inwoners. Meer dan een derde deel van de beroepsbevolking was toen werkzaam in de visserij, de scheepvaart en daarmee verwante bedrijven.
Zo bezat Woudsend behalve scheepstimmerwerven waar voornamelijk zeeschepen werden vervaardigd, 2 houtzaagmolens, 2 leerlooierijen, 3 mastmakerijen, 2 zeilmakerijen en 1 touwslagerij.
In 1762 is een gedeelte van de overzijde van de Ee geannexeerd bij het dorpsgebied voor de expansie van de bedrijvigheid. In 1840 bedroeg het aantal inwoners 1200 en in 1890 zelfs 1400.
Kaart van Woudsend uit 1832!
Zie ook: Een tijdlijn van Woudsend
|